Hoofdstuk 1

Esmee en Fleur

‘Kukeleku!’ Dat was het geluid van de haan. Esmee, een rustig meisje met lichtbruin, stijl haar en groene ogen, stond op. Ze maakte haar bed op en trok haar gordijnen open. Een felle lichtstraal scheen in haar ogen. Het was zonnig weer buiten.

Esmee heeft een grote kamer. Ze heeft een poppenhuis met allerlei poppetjes erin. Ook heeft ze een grote bureau met een lade. Haar kledingkast stond tegen de muur. De muren van haar kamer waren lichtroze en het plafond was wit.

Ze liep naar haar kledingkast. Het tapijt waar ze op liep was zó zacht, dat haar voeten helemaal wegzakten. Ze trok de kastdeur open. Ze had veel kleding, maar haar lievelingsoutfit was haar roze tuinbroek. Er zaten veel glittertjes op en op het voorzakje zat een hartje. Ze pakte haar tuinbroek uit de kast en trok het aan. Ze pakte nog twee roze sokken en maakte met een dik elastiekje haar lange haar vast.

Ze liep naar de gang. Precies tegenover haar kamer zit de kamer van haar zusje Fleur. Fleur is één jaar jonger dan zij. Fleur heeft wat korter, blond haar, kleine sproetjes op haar wangen en bruine ogen. Ze is bewegelijk en vol energie.

Esmee en Fleur wonen samen met hun moeder en vader op een boerderij in de buurt van een dorp. Ze hebben een heleboel dieren en verkopen producten aan supermarkten in het dorp en ook in de stad, dat verderop ligt.

Esmee klopte op de deur van de slaapkamer van Fleur. ‘Kom maar binnen!’ riep Fleur. Esmee deed de deur open. De kamer van Fleur is bijna hetzelfde als die van Esmee, maar dan iets rommeliger.